Groepstentoonstellingen
1979 : Galerij Carolus, Antwerpen
1983 : Huis Hellemans, Edegem
De Galerij, Antwerpen
1984 : De Galerij, Antwerpen
1988 : Galerij De Beule, Hamme
1997 : Galerij Bonnard, Nuenen
2003 : PAN Amsterdam, Galerie Mokum
2004 : PAN Amsterdam, Galerie Mokum
2005 : PAN Amsterdam, Galerie Mokum
2006 : PAN Amsterdam, Galerie Mokum
2006: Artmixgallery, Antwerpen
2007 : Galerij Bonnard, Nuenen
2007: Artmixgallery, Antwerpen
2007: Ten Bogaerde, Koksijde
2008 : Galerij Bonnard, Nuenen
2008 : Primavera Rotterdam
2009: Dutch Realisme (met galerie Mokum) ,Evansville Museum, Indiana (USA)
Individuele tentoonstellingen
1981 : Galerij Cellart Antwerpen
1984 : T.M.A., Antwerpen
1986 : Flandria, Antwerpen
Credit du Nord, Gent
1987 : St.Annakapel, Antwerpen
1988 : St.Annakapel, Antwerpen
1989 : Château du Lac, Genval
1990 : St.Jozefkapel, Brasschaat
1992 : Manoir du Lac, Genval
1993 : Manoir du Lac, Genval
‘ t Laurierblad, Berlare
1994 : Manoir du Lac, GenvalGwenda Jay Gallery, Chicago
1995 : Manoir du Lac, Genval
1996 : Manoir du Lac, Genval
1997 : Manoir du Lac, Genval
1999: Kunsthandel Noortman Maastricht
2001: Kempen & co België Antwerpen
2003: Berko, Knokke
2004: Berko, Brussel
2005: Galerie Myrèse, Maastricht
2007: Galerie Myrèse, Maastricht
2007: Nizhniy Novgorod State Art Museum ( Rusland )
2008: Galerie Myrèse, Maastricht
2008: Galerie Slavinsky, Sint Petersburg ( Rusland )
2009: “Keienhof” Kalmthout, op uitnodiging van de gemeente Kalmthout.
Selecties
1992: in het Oude Klooster van Overijse, ingericht door
Art Gala ten voordele van “ Artsen zonder grenzen “
1993: in het Kasteel d’Aertrycke , ingericht door Art Gala ten voordele
van de school van Yehudi Menuhin.
1994 : In het Hilton Hotel Brussel, ingericht door Art Gala, ten voordele van
de Koningin Fabiola Dorpen 1 en 2
Techniek Jef Diels
Na zijn studies aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, stelde Jef Diels zich tot doel het geheim van de oude meesters van de Vlaamse en Hollandse 17de eeuwse school te ontsluieren.
Al meer dan 15 jaar bestudeert hij deze techniek, wat goed aan zijn werken te zien is.
Hij gebruikt bijna uitsluitend penselen die vervaardigd zijn van “marterhaar”, en enkel deze van de staart van de marter, om zo weinig mogelijk, om niet te zeggen geen penseelstreken te zien en zodoende het effect te bekomen, van wat men op het einde van de 17de eeuw “ beau fini” noemde.
De belangrijkste basis van zij techniek is de monochrome onderschildering, d.w.z. met zeer weinig kleur. Het is van groot belang een voorstelling te krijgen die volledig is uitgewerkt in licht en donker, zonder veel belang te hechten aan de kleur.
In een volgende fase (na goede doordroging) wordt de kleur erover gelegd, zodat het licht en donker erdoorheen gefilterd wordt, en er een soort “ kerkramen” effect ontstaat.
Van heel groot belang hierbij, zowel voor de onderschildering als voor de volgende lagen, is de samenstelling van het schildersmedium, in strikt nauwkeurig afgemeten hoeveelheden van drogende oliën, en meestal zelfvervaardigde harsoplossingen.